Skip to main content

Meerwaardebelasting 2026: de complete gids

Alles wat u moet weten over de nieuwe Belgische meerwaardebelasting op financiële activa: wie betaalt, welke activa, drie regimes, vrijstellingen, het fotomoment en belangrijke deadlines.

Door Auryth Team

België heft sinds 1 januari 2026 een algemene belasting op meerwaarden op financiële activa — de zogenaamde meerwaardebelasting of capital gains tax (CGT). Het gaat om een fundamentele hervorming die decennia van fiscale traditie doorbreekt. Waar particuliere beleggers hun winsten op aandelen en fondsen tot nu toe belastingvrij konden realiseren (zolang het “normaal beheer van privévermogen” betrof), geldt nu een standaardtarief van 10% met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro.

Deze gids brengt alle essentiële elementen samen: wie betaalt, welke activa in scope vallen, welke transacties belastbaar zijn (en welke niet), de drie regimes in vogelvlucht, en de cruciale data die u niet mag missen.

Wie betaalt de meerwaardebelasting?

De belasting treft drie categorieën belastingplichtigen:

Natuurlijke personen in de personenbelasting (PB). Dit is de primaire doelgroep. Elke Belgische rijksinwoner die financiële activa verkoopt met winst, valt onder het nieuwe regime. Het maakt niet uit of u één aandelenportefeuille hebt of tientallen — de belasting geldt voor iedereen.

Rechtspersonen in de rechtspersonenbelasting (RPB). Vzw’s, stichtingen en andere entiteiten die aan de RPB onderworpen zijn en financiële activa aanhouden, vallen eveneens onder de nieuwe regels.

Blote eigenaar bij gesplitst eigendom. Bij een constructie met vruchtgebruik en blote eigendom wordt de blote eigenaar als belastingplichtige aangemerkt. Dit is een bewuste keuze van de wetgever om ontwijking via vruchtgebruikstructuren te voorkomen.

Bijzondere gevallen

Welke activa vallen in scope?

De wetgever heeft vier brede categorieën gedefinieerd:

1. Financiële instrumenten

Aandelen, obligaties, beleggingsfondsen (GBF’s, beveks), ETF’s, trackers, warrants, opties, futures en andere derivaten. Zowel beursgenoteerd als niet-beursgenoteerd.

2. Verzekeringsproducten

Tak 21, tak 22, tak 23, tak 26 en tak 44-producten, inclusief buitenlandse equivalenten en kapitalisatieverrichtingen. Levensverzekeringen met een beleggingscomponent vallen volledig in scope. Dit is een belangrijke verandering: waar tak 23 vroeger een populair fiscaal vehikel was, verdwijnt dat voordeel nu grotendeels.

3. Cryptoactiva

Bitcoin, Ethereum en alle andere cryptomunten en tokens. België volgt hiermee de Europese trend om digitale activa fiscaal gelijk te schakelen met traditionele beleggingen.

4. Deviezen en goud

Fysiek beleggingsgoud (EU-erkende gouden munten, staven met ≥995/1000 zuiverheid), vreemde valuta en digitale munten van centrale banken. Gebruiksvaluta voor reizen of bedrijfsactiviteiten valt hier uiteraard buiten. Zilver, platina en andere edelmetalen vallen niet onder de meerwaardebelasting.

Wat triggert de belasting?

De meerwaardebelasting wordt verschuldigd bij realisatie van een meerwaarde. Concreet gaat het om:

Wat triggert de belasting NIET?

De wetgever heeft een reeks uitdrukkelijke vrijstellingen voorzien:

De drie regimes in vogelvlucht

Het nieuwe stelsel kent drie afzonderlijke regimes, elk met eigen tarieven en vrijstellingen. Welk regime van toepassing is, hangt af van de aard van de transactie en de omvang van de participatie.

1. Standaardregime — 10%

Het basisregime voor de meeste beleggers. Tarief van 10% op de gerealiseerde meerwaarde, zonder aanvullende gemeentebelasting (in tegenstelling tot het regime voor abnormaal beheer). Jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (20.000 euro voor gehuwden met gemeenschap van goederen). De vrijstelling is overdraagbaar met maximaal 1.000 euro per jaar, tot een plafond van 15.000 euro na vijf jaar opbouw. Meer hierover in ons artikel over de drie regimes.

2. Aanmerkelijk belang — progressief tot 10%

Voor aandeelhouders met minstens 20% directe participatie geldt een gunstiger regime met een vrijstelling van 1 miljoen euro en progressieve schijven van 1,25% tot 10%. Dit regime is vooral relevant voor ondernemers, familiale holdings en patrimoniummvennootschappen. Lees de diepgaande analyse van het aanmerkelijk belang.

3. Interne meerwaarden — 33%

Bij verkoop van aandelen aan een vennootschap die door de verkoper zelf of door familieleden tot de tweede graad gecontroleerd wordt, geldt een antimisbruiktarief van 33%. Geen vrijstelling en geen progressieve schijven. Het fotomoment geldt wel als referentiewaarde voor de berekening van de meerwaarde (voor activa verworven vóór 2026). De details staan in ons artikel over de drie regimes in detail.

Het parallelle regime: abnormaal beheer

Naast de drie nieuwe regimes blijft het bestaande regime voor abnormaal beheer van privévermogen onverkort van toepassing — en het heeft zelfs voorrang op de nieuwe regels. Bij abnormaal beheer bedraagt het tarief 33% vermeerderd met gemeentelijke opcentiemen (effectief circa 35,3%), zonder fotomoment en zonder vrijstelling. Lees meer in ons artikel over normaal of abnormaal beheer.

Cruciale data en deadlines

DatumGebeurtenis
1 januari 2026Inwerkingtreding — de wet geldt retroactief vanaf deze datum
31 december 2025Het “fotomoment” — de referentiedatum voor de waardebepaling van bestaande activa
30 juni 2026Deadline om opt-out voor de bronheffing te melden aan uw bank
31 december 2027Uiterste datum voor onafhankelijke waardering van niet-beursgenoteerde activa
31 december 2030Uiterste datum om de hogere historische kostprijs te bewijzen via de belastingaangifte

De retroactieve werking vanaf 1 januari 2026 betekent dat elke verkoop sinds die datum al onder het nieuwe regime valt — ook al is de wet pas later gepubliceerd. Dit is juridisch omstreden maar politiek een bewuste keuze om anticipatieve verkopen te ontmoedigen.

Het fotomoment op 31 december 2025 bepaalt de startwaarde van uw bestaande portefeuille. Meerwaarden die vóór die datum zijn opgebouwd, worden niet belast. Dit is cruciaal voor uw belastingplanning — lees onze uitgebreide uitleg over het fotomoment.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor de gemiddelde Belgische belegger met een gediversifieerde portefeuille onder de 10.000 euro jaarlijkse winst verandert er concreet weinig: de vrijstelling vangt de meeste kleine winsten op. Maar voor wie grotere posities aanhoudt, regelmatig handelt, of een familiebedrijf via een holding structureert, is de impact potentieel aanzienlijk.

De complexiteit zit in de interactie tussen de drie regimes, het fotomoment, de opt-in/opt-out-keuzes en het voortbestaande regime van abnormaal beheer. Een verkeerde keuze bij het fotomoment of een onzorgvuldige structurering kan duizenden euro’s verschil maken.

Volgende stappen