Skip to main content

De drie regimes: 10%, aanmerkelijk belang en interne meerwaarden

Diepgaande analyse van de drie meerwaardebelastingregimes in België: het standaardtarief van 10%, het progressieve aanmerkelijk-belangregime en het antimisbruiktarief van 33% op interne meerwaarden.

Door Auryth Team

De Belgische meerwaardebelasting die op 1 januari 2026 in werking trad, is geen vlaktaks. De wetgever heeft drie afzonderlijke regimes gecreëerd, elk met eigen tarieven, vrijstellingen en toepassingsvoorwaarden. Welk regime op uw situatie van toepassing is, kan het verschil betekenen tussen nul belasting en tienduizenden euro’s. Dit artikel ontleedt elk regime in detail en illustreert de impact met concrete cijfervoorbeelden.

Voor een algemeen overzicht van de meerwaardebelasting verwijzen we naar onze complete gids.

Regime 1: het standaardtarief van 10%

Wie valt hieronder?

Het standaardregime is het vangnet: elke meerwaarde op financiële activa die niet onder het aanmerkelijk-belangregime of het regime van interne meerwaarden valt, wordt belast tegen 10%. Dit geldt voor het overgrote deel van de Belgische beleggers — iedereen met een effectenportefeuille, beleggingsfondsen, ETF’s, cryptoactiva of tak 23-verzekeringen.

Vrijstelling: €10.000 per jaar

De wetgever voorziet een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige. Voor gehuwden met een gemeenschap van goederen wordt dit 20.000 euro per koppel. De vrijstelling geldt op het totaal van alle netto gerealiseerde meerwaarden in een kalenderjaar: verliezen worden eerst in mindering gebracht, en pas op het positieve saldo wordt de vrijstelling toegepast.

Overdraagbaarheid van de vrijstelling

Een subtiel maar belangrijk mechanisme: ongebruikte vrijstelling kan worden overgedragen naar volgende jaren, met een maximum van 1.000 euro per jaar. Na vijf jaar zonder enige realisatie kan de opgebouwde vrijstelling dus oplopen tot 15.000 euro (of 30.000 euro voor gehuwden met gemeenschap).

Let op: deze overdracht moet actief worden geclaimd via de aangifte. Wie vergeet het aan te geven, verliest de opgebouwde buffer. Dit is geen automatisch systeem — het vereist bewuste fiscale planning.

Verliesverrekening

Minwaarden op financiële activa mogen worden verrekend met meerwaarden binnen hetzelfde belastbare tijdperk. Er is echter geen carry-forward van verliezen naar volgende jaren. Een slecht beursjaar compenseert dus niet automatisch de winsten van het jaar nadien.

Regime 2: aanmerkelijk belang — progressief tot 10%

De 20%-drempel

Het aanmerkelijk-belangregime (AB) is bedoeld voor significante aandeelhouders in vennootschappen. Het is van toepassing wanneer de verkoper op het moment van de overdracht minstens 20% van de aandelen persoonlijk en direct aanhoudt. Enkele cruciale nuances:

Dat laatste punt is belangrijk: vroege ontwerpen van de wet bevatten een lookback-periode van 10 jaar en familiale aggregatie tot de vierde graad. Beide zijn in de definitieve tekst geschrapt.

De progressieve schijven

Het AB-tarief is niet één percentage maar een progressief systeem met vijf schijven:

SchijfTarief
Eerste €1.000.0000% (vrijgesteld)
€1.000.000 — €2.500.0001,25%
€2.500.000 — €5.000.0002,50%
€5.000.000 — €10.000.0005,00%
Boven €10.000.00010,00%

De €1 miljoen vrijstelling

De eerste miljoen euro aan meerwaarde is volledig vrijgesteld. Dit is een rolling lifetime exemption met een venster van vijf jaar: de vrijstelling wordt verminderd met het bedrag aan AB-vrijstellingen dat in de vier voorgaande jaren al is benut. Wie in 2026 de volledige vrijstelling van €1 miljoen heeft gebruikt, kan pas in 2031 opnieuw vrijgesteld verkopen onder AB.

Non-EEA verkopen

Bij verkoop van AB-aandelen in een Belgische vennootschap aan een koper buiten de Europese Economische Ruimte (EER) vervallen de progressieve schijven. In plaats daarvan geldt een vlak tarief van 16,5% boven de €1 miljoen vrijstelling. De vrijstelling zelf blijft dus van kracht — alleen het tarief op het meerdere verandert.

Rekenvoorbeeld: meerwaarde van €3.000.000

Een ondernemer verkoopt zijn 25%-participatie in een Belgische KMO en realiseert een meerwaarde van €3.000.000:

SchijfBedragTariefBelasting
€0 — €1.000.000€1.000.0000%€0
€1.000.000 — €2.500.000€1.500.0001,25%€18.750
€2.500.000 — €3.000.000€500.0002,50%€12.500
Totaal€3.000.000€31.250

Het effectieve tarief op een meerwaarde van €3 miljoen bedraagt dus slechts 1,04%. Onder het standaardregime zou dezelfde meerwaarde €299.000 belasting opleveren (10% × (€3M − €10K)). Het verschil is bijna een factor tien.

Regime 3: interne meerwaarden — 33%

Wanneer van toepassing?

Het regime van interne meerwaarden is een antimisbruikregeling die specifiek is gericht op verkopen aan gecontroleerde vennootschappen. Het geldt wanneer:

  1. De verkoper aandelen verkoopt (niet inbrengt — inbrengen vallen er buiten)
  2. De kopende vennootschap wordt gecontroleerd door de verkoper zelf
  3. Of door familieleden tot de tweede graad (ouders, kinderen, broers/zussen, grootouders, kleinkinderen)

Het tarief en de gevolgen

Het tarief bedraagt een vast 33% — zonder vrijstelling, zonder progressieve schijven, zonder gunstregeling. Het fotomoment geldt wel als referentiewaarde voor de berekening van de meerwaarde (voor activa verworven vóór 2026), maar er is geen vrijstellingsdrempel of verliesverrekening.

Anti-misbruik: art. 344 WIB

De memorie van toelichting signaleert een specifiek risico: ouders die aandelen verkopen aan de holdingvennootschap van hun kinderen en vervolgens de ontvangen verkoopprijs of het uitstaande rekening-courantsaldo schenken aan diezelfde kinderen. De administratie kan deze constructie via art. 344 §1 WIB herkwalificeren als een interne meerwaarde — met 33% belasting als gevolg.

Belangrijke verduidelijking: familiale bedrijfsoverdrachten

Minister Jambon heeft in de parlementaire behandeling (Kamercommissie) uitdrukkelijk verduidelijkt dat een verkoop van een ouder aan een kind of aan de holdingvennootschap van het kind in het kader van een familiale bedrijfsoverdracht niet onder het regime van interne meerwaarden valt. De algemene antimisbruikbepaling (art. 344 §1 WIB) kan echter in bepaalde gevallen nog steeds worden ingeroepen. Dit is een cruciale nuance voor successieplanning.

Wat valt er niet onder?

Vergelijking: drie regimes naast elkaar

Om de impact tastbaar te maken, vergelijken we dezelfde meerwaarde van €1.000.000 onder elk regime:

Standaard (10%)Aanmerkelijk belangIntern (33%)
Meerwaarde€1.000.000€1.000.000€1.000.000
Vrijstelling€10.000€1.000.000€0
Belastbare basis€990.000€0€1.000.000
Belasting€99.000€0€330.000

Het klif-effect bij aanmerkelijk belang is hier spectaculair: wie net onder de 20%-drempel valt, betaalt €99.000. Wie net erboven zit, betaalt niets. Lees meer over dit fenomeen in ons artikel over het klif-effect bij aanmerkelijk belang.

Bij een meerwaarde van €10.000.000 verschuift het beeld:

Standaard (10%)Aanmerkelijk belang
Belasting€999.000€331.250
Effectief tarief9,99%3,31%

Zelfs bij zeer grote meerwaarden blijft het AB-regime significant voordeliger dan het standaardregime.

Samenloop met abnormaal beheer

Naast deze drie regimes blijft het oude regime voor abnormaal beheer van privévermogen bestaan — en het heeft zelfs voorrang. Bij speculatieve transacties geldt 33% plus gemeentelijke opcentiemen, zonder enige vrijstelling en zonder fotomoment. Lees hierover meer in ons artikel over normaal of abnormaal beheer.

Volgende stappen