Skip to main content

Erfenis en meerwaardebelasting: de dubbele belasting

Bij overlijden worden effecten zowel met erfbelasting als met meerwaardebelasting belast. Ontdek de dubbele belastingdruk, de berekening en planningsstrategieën.

Door Auryth Team

De combinatie van erfbelasting en meerwaardebelasting creëert een van de pijnlijkste fiscale situaties in het nieuwe Belgische landschap. Bij overlijden wordt de volledige waarde van een effectenportefeuille belast met regionale erfbelasting, en wanneer de erfgenaam later verkoopt, komt daar nog eens 10% meerwaardebelasting bovenop. Er is geen verrekening tussen beide belastingen. Dit artikel ontleedt het mechanisme, berekent de werkelijke belastingdruk en verkent de planningsalternatieven.

De kernregel: geen belasting bij overlijden, maar ook geen reset

Op het moment van overlijden zelf wordt géén meerwaardebelasting geheven. Tot zover goed nieuws. Maar anders dan in veel andere landen (met name de Verenigde Staten, waar de zogenaamde “step-up in basis at death” geldt) wordt de kostprijsbasis van de effecten niet gereset naar de waarde op de overlijdensdatum.

De erfgenaam neemt de kostprijsbasis van de overledene over — ofwel de oorspronkelijke aankoopprijs, ofwel de fotomomentwaarde op 31 december 2025, afhankelijk van welke het hoogst is. Dit betekent dat de volledige latente meerwaarde die de overledene had opgebouwd, doorschuift naar de erfgenaam.

De dubbele belastingdruk: een uitgewerkt voorbeeld

Situatie: een ouder kocht aandelen aan €50.000 in 2015. De fotomomentwaarde op 31 december 2025 bedraagt €120.000. De ouder overlijdt in 2028 wanneer de portefeuille €200.000 waard is. De erfgenaam verkoopt in 2029 aan €250.000.

Stap 1: Erfbelasting

De regionale erfbelasting wordt berekend op de waarde op de overlijdensdatum: €200.000. De tarieven variëren per regio, verwantschap en de totale omvang van de nalatenschap. In Vlaanderen in rechte lijn gelden progressieve tarieven van 3% tot 27%.

Voor dit voorbeeld: erfbelasting ~€11.000* op een portefeuille van €200.000.

*Het exacte bedrag hangt af van de samenstelling van de totale nalatenschap en eventuele andere geërfde activa. De Vlaamse erfbelasting wordt berekend per type actief (roerend/onroerend) met afzonderlijke schijven.

Stap 2: Meerwaardebelasting

De erfgenaam kiest de meest gunstige kostprijsbasis. De fotomomentwaarde (€120.000) is hoger dan de oorspronkelijke aankoopprijs (€50.000), dus:

Totale belastingdruk

ComponentBedrag
Erfbelasting~€11.000
Meerwaardebelasting€13.000
Totaal~€24.000

Op een portefeuille van €250.000 betaalt de erfgenaam dus circa €24.000. En er is geen enkel mechanisme om de erfbelasting te verrekenen met de meerwaardebelasting of omgekeerd. De €130.000 meerwaarde omvat bovendien €80.000 die is opgebouwd tussen het fotomoment en het overlijden — een periode waarin de erfgenaam nog geen eigenaar was.

België versus de Verenigde Staten: geen step-up at death

In de VS geldt de “step-up in basis”: bij overlijden wordt de kostprijsbasis automatisch gereset naar de marktwaarde op de sterfdag. De erfgenaam begint dus met een schone lei. Dit systeem erkent impliciet dat erfbelasting (estate tax) en capital gains tax niet op dezelfde waardestijging mogen drukken.

België heeft deze benadering bewust niet overgenomen. De Belgische wetgever beschouwt erfbelasting en meerwaardebelasting als twee afzonderlijke belastingen met een verschillend belastbaar feit (overlijden versus realisatie van meerwaarde), geheven door verschillende overheden (gewest versus federaal). Juridisch zijn het gescheiden werelden, maar economisch draagt de erfgenaam de dubbele last.

De keuze van de erfgenaam: fotomomentwaarde of voorgangerskostprijs

Net als bij schenking kan de erfgenaam kiezen tussen de oorspronkelijke aankoopprijs van de overledene en de fotomomentwaarde op 31 december 2025. In de overgrote meerderheid van de gevallen is de fotomomentwaarde hoger (omdat markten over langere periodes doorgaans stijgen) en dus voordeliger.

Maar er zijn uitzonderingen: als de overledene effecten kocht op een piek in 2024-2025 en de markt daarna daalde, kan de oorspronkelijke aankoopprijs hoger zijn dan de fotomomentwaarde. Controleer dus altijd beide opties.

Verdeling onder erfgenamen: de driejaarstermijn

Na een overlijden moeten erfgenamen de nalatenschap vaak verdelen. De wet voorziet een vrijstelling voor verdelingen binnen drie jaar na overlijden (of echtscheiding). Verdelingen binnen die termijn — waarbij erfgenamen onderling effecten toewijzen of overkopen — zijn niet belastbaar.

Na drie jaar wordt een verdeling wél behandeld als een belastbaar feit en kan meerwaardebelasting verschuldigd zijn. Dit is een strikte termijn die niet verlengd kan worden.

De Tiberghien-Jambon controverse

Er bestaat discussie in de doctrine over de fiscale behandeling van verdelingen tussen mede-erfgenamen. De academische positie (onder meer verdedigd door het advocatenkantoor Tiberghien) pleit voor een ruimere vrijstelling, terwijl de politieke interpretatie (zoals verdedigd tijdens de parlementaire debatten) een striktere lezing hanteert. Zolang er geen ruling of rechtspraak is, blijft hier onzekerheid bestaan. Voorzichtige planning dicteert om verdelingen binnen de driejaarstermijn af te ronden.

De planningsimplicatie: schenken is bijna altijd voordeliger

De vergelijking tussen schenken tijdens het leven en vererven na overlijden valt in de meeste gevallen uit in het voordeel van schenking.

Scenario: portefeuille van €200.000 met latente meerwaarde van €80.000

Optie A: Schenken tijdens het leven

Optie B: Vererven na overlijden

Het verschil is significant: schenken kost in dit voorbeeld ~€13.000 minder dan vererven. Bovendien is bij schenking het fotomoment meestal recenter (of de schenking vindt vlak na het fotomoment plaats), waardoor de belastbare meerwaarde voor de begiftigde lager uitvalt. Bij grotere nalatenschappen wordt het verschil nog groter door de progressieve erfbelastingtarieven.

De Reynderstaks-reset bij overlijden

Een vaak over het hoofd gezien maar significante consequentie van overlijden betreft de Reynderstaks (art. 19bis WIB92). De wet bepaalt dat de TIS-periode (Taxable Income per Share) wordt berekend over de periode gedurende dewelke de verkrijger houder was van de rechten van deelneming. Bij schenking wordt deze periode expliciet verlengd met de houdperiode van de schenker — maar bij erfenis zwijgt de wet.

Dit betekent concreet:

Uitgewerkt voorbeeld

Een ouder kocht 100 eenheden van een gemengd fonds (40% obligaties, 60% aandelen) in 2020. TIS bij aankoop: €30/eenheid. De ouder overlijdt in 2027, TIS op dat moment: €45/eenheid. Het kind erft en verkoopt in 2030, TIS bij verkoop: €55/eenheid.

Het verschil bedraagt €4,50 per eenheid — ofwel 60% minder Reynderstaks via erfenis. Voor een portefeuille van €500.000 in gemengde fondsen met significante opgebouwde TIS kan dit verschil tienduizenden euro’s bedragen.

Strategische implicatie: overweeg om obligatiezware fondsen aan te houden voor vererving (TIS-reset bij overlijden) en aandelenzware fondsen te schenken (geen Reynderstaks-impact). Lees meer hierover in ons artikel over de Reynderstaks en meerwaardebelasting.

Verdeling in onverdeeldheid: de driejaarsval

Ouders schenken vaak aandelen aan kinderen gezamenlijk (in onverdeeldheid), met voorbehoud van vruchtgebruik. Bij overlijden van de ouders (uitdoving van het vruchtgebruik) houden de kinderen de volle eigendom in onverdeeldheid. Als zij meer dan drie jaar wachten om te verdelen, wordt elke verdeling een belastbaar feit onder de meerwaardebelasting.

Aanbeveling: schenk ofwel in afzonderlijke kavels aan elk kind individueel, ofwel zorg ervoor dat elke verdeling plaatsvindt binnen drie jaar na het overlijden van de ouders.

Levensverzekeringsuitkeringen bij overlijden

Een van de belangrijkste uitzonderingen: uitkeringen uit levensverzekeringen bij overlijden (zowel Tak 21 als Tak 23) zijn niet onderworpen aan de meerwaardebelasting. Bovendien ontsnappen overlijdensuitkeringen ook aan de Reynderstaks — zelfs voor obligatiezware verzekeringsproducten. Ze kunnen wel onder de erfbelasting vallen, afhankelijk van de structuur van het contract.

Dit maakt levensverzekeringen met overlijdensdekking tot een bijzonder krachtig instrument: de meerwaarde ontsnapt aan zowel de 10% meerwaardebelasting als de 30% Reynderstaks, terwijl het vermogen buiten de nalatenschap kan worden gehouden via een correcte begunstigingsclausule.

Meer hierover leest u in ons artikel over meerwaardebelasting op verzekeringen.

Volgende stappen

De dubbele belasting bij overlijden maakt proactieve vermogensplanning essentieel. Bereken de impact voor uw situatie met de meerwaardebelasting-calculator en vergelijk met de schenkingsroute in ons artikel over schenking en meerwaardebelasting.

Voor het volledige overzicht van regels en tarieven, raadpleeg de complete gids meerwaardebelasting 2026.