Skip to main content

Schenking en meerwaardebelasting: kostprijs, planning en valkuilen

Hoe werkt de meerwaardebelasting bij schenking van effecten? Leer over de kostprijsoverdracht, schenkbelasting, anti-misbruikbepalingen en slimme planningsstrategieën.

Door Auryth Team

Schenking van effecten is een klassiek instrument in de Belgische vermogensplanning. Met de invoering van de meerwaardebelasting in 2026 veranderen de spelregels fundamenteel. De kernregel klinkt eenvoudig — bij schenking is geen meerwaardebelasting verschuldigd — maar de gevolgen voor de begiftigde zijn complex en soms verrassend.

De kernregel: geen belasting bij schenking, wél overdracht van kostprijs

Een schenking van financiële activa triggert op zich geen meerwaardebelasting. De schenker wordt niet belast op de latente meerwaarde. Maar — en dit is cruciaal — de kostprijsbasis draagt over van schenker naar begiftigde. De begiftigde neemt de kostprijsbasis van zijn rechtsvoorganger (de schenker) over: er is geen step-up naar de waarde op het moment van de schenking.

Concreet betekent dit dat de begiftigde geen eigen, nieuwe aankoopwaarde krijgt op de schenkingsdatum. Hij stapt in de positie van de schenker en neemt diens referentiewaarde over — dit is ofwel de historische aankoopprijs van de schenker, ofwel de fotomomentwaarde van de schenker op 31 december 2025 (de overgangsregel voor activa die de schenker vóór 2026 verwierf). Het is dus de keuze die de schenker zelf had die overgaat, niet een verse waardering op het ogenblik van de schenking.

Dit mechanisme voorkomt dat schenkingen worden gebruikt om de belastingbasis te resetten naar de huidige marktwaarde.

Uitgewerkt voorbeeld

Situatie: een ouder kocht aandelen aan €50.000 in 2018. Op 31 december 2025 (het fotomoment) bedraagt de waarde €120.000. De ouder schenkt de aandelen aan zijn kind in 2027 wanneer de waarde €125.000 bedraagt. Het kind verkoopt in 2028 aan €130.000.

Berekening met voorgangerskostprijs (€50.000)

Berekening met fotomomentwaarde (€120.000)

Beide referentiewaarden zijn die van de schenker: zijn historische aankoopprijs van €50.000, of zijn fotomomentwaarde op 31 december 2025 van €120.000. De begiftigde erft deze keuze van de schenker en neemt voor de berekening de meest gunstige van de twee — in dit geval uiteraard de fotomomentwaarde van €120.000. Het gaat dus niet om een nieuwe step-up op de schenkingsdatum, maar om de waarderingskeuze die de schenker zelf reeds had. Het verschil is enorm: €7.000 versus potentieel €0.

Bijzonder geval: verkoop onder fotomomentwaarde

Stel dat het kind verkoopt aan €100.000 in plaats van €130.000:

Dit is een opmerkelijk gevolg: door de fotomomentwaarde als basis te nemen, ontstaat een fiscaal aftrekbaar verlies, terwijl de schenker economisch gezien nog steeds winst heeft gemaakt.

Schenkbelasting: de regionale dimensie

Een schenking van roerende goederen (inclusief effecten) is onderworpen aan regionale schenkbelasting:

Een handgift (zonder notariële akte) is in principe vrij van schenkbelasting, maar valt onder de verdachtperiode: overlijdt de schenker binnen die termijn, dan wordt de schenking alsnog belast als deel van de nalatenschap met de (hogere) tarieven erfbelasting. De verdachtperiode verschilt per gewest:

Sinds 1 januari 2026 geldt in alle drie de gewesten dus een verdachtperiode van 5 jaar.

Veel adviseurs raden daarom aan om handgiften toch te registreren tegen het vlakke tarief van 3%/3,3%.

Schenking aan niet-inwoners: een opvallende asymmetrie

Een opmerkelijk aspect van de wetgeving: de schenking van effecten aan kinderen die niet in België wonen ontsnapt mogelijk aan de Belgische meerwaardebelasting. De redenering is dat de begiftigde geen Belgisch rijksinwoner is en dus buiten het toepassingsgebied valt.

Hier is wel voorzichtigheid geboden: de adviespraktijk is hierover verdeeld. Sommige adviseurs lezen in de teksten dat een overdracht aan een belastingplichtige niet-inwoner kan worden beschouwd als een overdracht onder bezwarende titel, waardoor de meerwaardebelasting toch verschuldigd zou kunnen zijn. Bovendien kan de algemene anti-misbruikbepaling spelen wanneer de schenking voornamelijk is opgezet om de belasting te ontwijken. Dit is dus geen verworven zekerheid, maar een betwist punt.

Dit staat in contrast met emigratie: wanneer de belastingplichtige zélf naar het buitenland verhuist, kan een exit-heffing van toepassing zijn — de fiscale emigratie wordt fictief als een realisatie van de meerwaarde beschouwd. Bij een zuivere schenking aan een inwonend kind geldt die exit-heffing in principe niet. Maar wie effecten met een grote latente meerwaarde schenkt aan een kind in Nederland of Frankrijk, doet er goed aan vooraf te laten nagaan of de overdracht aan de niet-inwoner niet alsnog in het vizier van de belasting komt.

Strategische structurering via schenking: de AB-route

De meerwaardebelasting kent een specifiek regime voor aanmerkelijk belang (AB): wie persoonlijk en direct minstens 20% van een vennootschap houdt, geniet een vrijstelling van €1 miljoen en progressieve tarieven van 1,25% tot 10% (in plaats van het vlakke tarief van 10% met slechts €10.000 vrijstelling).

Dit opent een planningspiste via schenking:

Situatie: een ouder houdt 100% van een familiale vennootschap.

Kritisch: als de ouder schenkt aan meer dan 5 kinderen (of zichzelf ook een deel behoudt zodat iedereen onder 20% zakt), verliest iedereen de AB-kwalificatie. Bij 6 aandeelhouders met elk 16,7% valt elke aandeelhouder terug op het standaardregime van 10% met slechts €10.000 vrijstelling. Dit is een onomkeerbare planningsfout.

Schenking gevolgd door inkoop: de sibling buyout

Een geavanceerde strategie is de schenking gevolgd door onderlinge inkoop. De ouder schenkt gelijke delen aan alle kinderen. Vervolgens koopt één kind (dat het bedrijf wil voortzetten) de aandelen van de andere kinderen. De verkopende kinderen realiseren een meerwaarde die — afhankelijk van hun deelnemingspercentage — belast wordt tegen het standaardtarief van 10% of, bij een participatie van minstens 20%, tegen de gunstigere getrapte AB-tarieven (met €1M vrijstelling).

Het voordeel: de schenkbelasting (3%) is doorgaans veel lager dan de erfbelasting die verschuldigd zou zijn bij overlijden, en de kostprijsbasis van de schenker draagt over, waardoor de belastbare meerwaarde beheersbaar blijft.

De anti-misbruikval: artikel 344 WIB

De wetgever heeft een belangrijke anti-misbruikbepaling ingebouwd. Specifiek problematisch is de volgende constructie:

  1. Ouder verkoopt aandelen aan een holdingvennootschap van de kinderen
  2. Ouder schenkt de verkoopopbrengst aan de kinderen

De fiscus kan deze constructie herkwalificeren als een interne meerwaarde — een verkoop aan de eigen gecontroleerde vennootschap. De hogere heffing van 33% (in plaats van 10%) vloeit voort uit de kwalificatie als divers inkomen onder artikel 90 WIB; de algemene anti-misbruikbepaling van artikel 344, §1 WIB is het instrument waarmee de administratie de werkelijke economische realiteit boven de juridische vorm kan stellen en de constructie kan herkwalificeren.

De omgekeerde route (eerst schenken, dan laten verkopen door de begiftigde) is minder kwetsbaar, maar ook daar is voorzichtigheid geboden als de tijdslijn kort is en het economische doel onduidelijk.

Bezwaarde schenking: opgelet voor herkwalificatie

Een bezwaarde schenking (schenking onder last, bijvoorbeeld de verplichting om een som te betalen aan de schenker of een derde) kan door de fiscus worden geherkwalificeerd als een verkoop als de last zo zwaar is dat de schenking haar karakter verliest. In dat geval wordt de “schenker” belast op de meerwaarde alsof het een gewone verkoop betreft.

Let op: Reynderstaks bij schenking van fondsen

Een vaak over het hoofd gezien aspect: bij schenking van fondsen die onder de Reynderstaks (art. 19bis WIB92) vallen, neemt de begiftigde de positie van de schenker over. Net zoals bij de kostprijsbasis stapt hij in de geschiedenis van de schenker: als uw ouder een gemengd fonds kocht in 2020 en u het in 2027 geschonken krijgt, “erft” u de interestcomponent die sinds 2020 is opgebouwd. Er is bij de schenking zelf geen afrekening — de heffing wordt uitgesteld tot uw latere verkoop.

Hoe de erfenis hier precies tegenover staat, is op vandaag nog niet uitgeklaard. Het is verleidelijk om aan te nemen dat de interestcomponent bij overlijden “ge-reset” wordt, maar de algemene regel behandelt erfenis en schenking voor de kostprijsbasis net identiek (in beide gevallen wordt teruggegrepen naar de aanschaffingswaarde van de rechtsvoorganger). Of er voor de art. 19bis-interestcomponent een afwijkende behandeling bij overlijden geldt, is een betwist en nog niet definitief beslecht punt. Belangrijk om te onthouden: een overlijden triggert op zich géén meerwaardebelasting — de 10% (en de Reynderstaks-component) komen pas in beeld wanneer de erfgenaam later effectief verkoopt.

Strategische implicatie: laat u bij obligatiezware fondsen vooraf adviseren over het verschil tussen schenken en vererven, want het fiscale resultaat kan duizenden euro’s verschillen — maar baseer u daarbij op een actuele analyse en niet op de aanname dat overlijden de interestperiode automatisch herstart. Lees meer hierover in ons artikel over de Reynderstaks.

Alternatieve strategie: eerst verkopen, dan schenken

Een elegante variant: de schenker verkoopt eerst de effecten zelf, past de eigen €10.000 vrijstelling toe, betaalt eventueel 10% meerwaardebelasting op het meerdere, en schenkt vervolgens de cash-opbrengst aan de begiftigde. De begiftigde start dan zonder latente meerwaardebelasting — er is immers geen financieel actief meer om te belasten.

Deze strategie is vooral aantrekkelijk wanneer de meerwaarde van de schenker dicht bij de jaarlijkse vrijstelling blijft, of wanneer de schenker het standaardregime van 10% geniet terwijl de begiftigde een minder gunstige positie zou hebben.

Volgende stappen

Schenking blijft een krachtig instrument in de vermogensplanning, maar de interactie met de meerwaardebelasting vereist nauwkeurige berekening. Simuleer uw situatie met de meerwaardebelasting-calculator en lees ook onze analyse van erfenis en meerwaardebelasting om de vergelijking te maken tussen schenken en vererven.

Voor een volledig overzicht van de belasting verwijzen we naar de complete gids meerwaardebelasting 2026.