Skip to main content

Schenking en meerwaardebelasting: kostprijs, planning en valkuilen

Hoe werkt de meerwaardebelasting bij schenking van effecten? Leer over de kostprijsoverdracht, schenkbelasting, anti-misbruikbepalingen en slimme planningsstrategieën.

Door Auryth Team

Schenking van effecten is een klassiek instrument in de Belgische vermogensplanning. Met de invoering van de meerwaardebelasting in 2026 veranderen de spelregels fundamenteel. De kernregel klinkt eenvoudig — bij schenking is geen meerwaardebelasting verschuldigd — maar de gevolgen voor de begiftigde zijn complex en soms verrassend.

De kernregel: geen belasting bij schenking, wél overdracht van kostprijs

Een schenking van financiële activa triggert op zich geen meerwaardebelasting. De schenker wordt niet belast op de latente meerwaarde. Maar — en dit is cruciaal — de kostprijsbasis draagt over van schenker naar begiftigde. De begiftigde “erft” de historische aankoopprijs (of de fotomomentwaarde) van de schenker.

Dit mechanisme voorkomt dat schenkingen worden gebruikt om de belastingbasis te resetten naar de huidige marktwaarde.

Uitgewerkt voorbeeld

Situatie: een ouder kocht aandelen aan €50.000 in 2018. Op 31 december 2025 (het fotomoment) bedraagt de waarde €120.000. De ouder schenkt de aandelen aan zijn kind in 2027 wanneer de waarde €125.000 bedraagt. Het kind verkoopt in 2028 aan €130.000.

Berekening met voorgangerskostprijs (€50.000)

Berekening met fotomomentwaarde (€120.000)

De begiftigde mag de meest gunstige kostprijsbasis kiezen — in dit geval uiteraard de fotomomentwaarde van €120.000. Het verschil is enorm: €7.000 versus potentieel €0.

Bijzonder geval: verkoop onder fotomomentwaarde

Stel dat het kind verkoopt aan €100.000 in plaats van €130.000:

Dit is een opmerkelijk gevolg: door de fotomomentwaarde als basis te nemen, ontstaat een fiscaal aftrekbaar verlies, terwijl de schenker economisch gezien nog steeds winst heeft gemaakt.

Schenkbelasting: de regionale dimensie

Een schenking van roerende goederen (inclusief effecten) is onderworpen aan regionale schenkbelasting:

Een handgift (zonder notariële akte) is in principe vrij van schenkbelasting, maar valt onder de verdachtperiode: overlijdt de schenker binnen die termijn, dan wordt de schenking alsnog belast als deel van de nalatenschap met de (hogere) tarieven erfbelasting. De verdachtperiode verschilt per gewest:

Veel adviseurs raden daarom aan om handgiften toch te registreren tegen het vlakke tarief van 3%/3,3%.

Schenking aan niet-inwoners: een opvallende asymmetrie

Een opmerkelijk aspect van de wetgeving: de schenking van effecten aan kinderen die niet in België wonen ontsnapt volledig aan de Belgische meerwaardebelasting. De begiftigde is geen Belgisch rijksinwoner en valt dus buiten het toepassingsgebied.

Dit staat in schril contrast met emigratie: wanneer de belastingplichtige zélf naar het buitenland verhuist, kan een exit-heffing van toepassing zijn. Maar bij schenking geldt die exit-heffing niet. Een ouder in België kan dus effecten met een grote latente meerwaarde schenken aan een kind in Nederland of Frankrijk, waarna het kind verkoopt zonder Belgische belasting.

Strategische structurering via schenking: de AB-route

De meerwaardebelasting kent een specifiek regime voor aanmerkelijk belang (AB): wie persoonlijk en direct minstens 20% van een vennootschap houdt, geniet een vrijstelling van €1 miljoen en progressieve tarieven van 1,25% tot 10% (in plaats van het vlakke tarief van 10% met slechts €10.000 vrijstelling).

Dit opent een planningspiste via schenking:

Situatie: een ouder houdt 100% van een familiale vennootschap.

Kritisch: als de ouder schenkt aan meer dan 5 kinderen (of zichzelf ook een deel behoudt zodat iedereen onder 20% zakt), verliest iedereen de AB-kwalificatie. Bij 6 aandeelhouders met elk 16,7% valt elke aandeelhouder terug op het standaardregime van 10% met slechts €10.000 vrijstelling. Dit is een onomkeerbare planningsfout.

Schenking gevolgd door inkoop: de sibling buyout

Een geavanceerde strategie is de schenking gevolgd door onderlinge inkoop. De ouder schenkt gelijke delen aan alle kinderen. Vervolgens koopt één kind (dat het bedrijf wil voortzetten) de aandelen van de andere kinderen. De verkopende kinderen realiseren een meerwaarde die — afhankelijk van hun deelnemingspercentage — belast wordt tegen het standaardtarief van 10% of, bij een participatie van minstens 20%, tegen de gunstigere getrapte AB-tarieven (met €1M vrijstelling).

Het voordeel: de schenkbelasting (3%) is doorgaans veel lager dan de erfbelasting die verschuldigd zou zijn bij overlijden, en de kostprijsbasis van de schenker draagt over, waardoor de belastbare meerwaarde beheersbaar blijft.

De anti-misbruikval: artikel 344 WIB

De wetgever heeft een belangrijke anti-misbruikbepaling ingebouwd. Specifiek problematisch is de volgende constructie:

  1. Ouder verkoopt aandelen aan een holdingvennootschap van de kinderen
  2. Ouder schenkt de verkoopopbrengst aan de kinderen

De fiscus kan deze constructie herkwalificeren als een interne meerwaarde — een verkoop aan de eigen gecontroleerde vennootschap — belastbaar aan 33% in plaats van 10%. Artikel 344 WIB geeft de administratie de mogelijkheid om de werkelijke economische realiteit boven de juridische vorm te stellen.

De omgekeerde route (eerst schenken, dan laten verkopen door de begiftigde) is minder kwetsbaar, maar ook daar is voorzichtigheid geboden als de tijdslijn kort is en het economische doel onduidelijk.

Bezwaarde schenking: opgelet voor herkwalificatie

Een bezwaarde schenking (schenking onder last, bijvoorbeeld de verplichting om een som te betalen aan de schenker of een derde) kan door de fiscus worden geherkwalificeerd als een verkoop als de last zo zwaar is dat de schenking haar karakter verliest. In dat geval wordt de “schenker” belast op de meerwaarde alsof het een gewone verkoop betreft.

Let op: Reynderstaks bij schenking van fondsen

Een vaak over het hoofd gezien aspect: bij schenking van fondsen die onder de Reynderstaks (art. 19bis WIB92) vallen, draagt de TIS-accumulatieperiode van de schenker over naar de begiftigde. Concreet: als uw ouder een gemengd fonds kocht in 2020 en u het in 2027 geschonken krijgt, loopt uw TIS-periode van 2020 tot aan uw verkoop — u “erft” de volledige interestcomponent van de schenker.

Dit is anders bij erfenis: bij overlijden start de TIS-periode opnieuw. De interestcomponent die tijdens het leven van de erflater is opgebouwd, wordt permanent niet belast. Voor obligatiezware fondsen kan dit verschil duizenden euro’s bedragen.

Strategische implicatie: overweeg om aandelenzware fondsen te schenken (geen Reynderstaks-impact) en obligatiezware fondsen aan te houden voor vererving (TIS-reset bij overlijden). Lees meer hierover in ons artikel over de Reynderstaks.

Alternatieve strategie: eerst verkopen, dan schenken

Een elegante variant: de schenker verkoopt eerst de effecten zelf, past de eigen €10.000 vrijstelling toe, betaalt eventueel 10% meerwaardebelasting op het meerdere, en schenkt vervolgens de cash-opbrengst aan de begiftigde. De begiftigde start dan zonder latente meerwaardebelasting — er is immers geen financieel actief meer om te belasten.

Deze strategie is vooral aantrekkelijk wanneer de meerwaarde van de schenker dicht bij de jaarlijkse vrijstelling blijft, of wanneer de schenker het standaardregime van 10% geniet terwijl de begiftigde een minder gunstige positie zou hebben.

Volgende stappen

Schenking blijft een krachtig instrument in de vermogensplanning, maar de interactie met de meerwaardebelasting vereist nauwkeurige berekening. Simuleer uw situatie met de meerwaardebelasting-calculator en lees ook onze analyse van erfenis en meerwaardebelasting om de vergelijking te maken tussen schenken en vererven.

Voor een volledig overzicht van de belasting verwijzen we naar de complete gids meerwaardebelasting 2026.