Skip to main content
← Alle onderwerpen
treaty

Dubbelbelastingverdrag België-Frankrijk: belangrijkste bepalingen

Analyse van het belastingverdrag België-Frankrijk met betrekking tot inkomenstoewijzing, bronbelastingtarieven en verrekeningsmechanismen voor grensoverschrijdende belasting.

Een nieuw dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk, ondertekend op 9 november 2021, is in werking getreden en is van toepassing op inkomsten ontvangen vanaf 1 januari 2025. Het vervangt het vorige verdrag van 10 maart 1964. Het regelt de toewijzing van heffingsrechten tussen beide landen voor inwoners en bedrijven die over de grens actief zijn, volgens moderne OESO-principes. De onderstaande punten beschrijven het nieuwe verdrag; het verdrag van 1964 blijft enkel relevant voor inkomsten met betrekking tot de jaren tot en met 2024.

Arbeidsinkomsten worden over het algemeen belast in het woonland, tenzij het werk fysiek in het andere land wordt uitgevoerd, in welk geval het werkland de op zijn grondgebied verdiende inkomsten mag belasten. Er bestaat geen bijzonder grensarbeidersregime onder het verdrag: het historische grenszoneregime is afgebouwd (afgeschaft voor Belgische inwoners en geleidelijk uitgedoofd voor Franse inwoners, die het onder overgangsvoorwaarden behouden tot 2033). België voorkomt dubbele belasting hoofdzakelijk via vrijstelling met progressievoorbehoud — Franse inkomsten die in België zijn vrijgesteld, worden toch in aanmerking genomen om het tarief te bepalen dat op de overige Belgische inkomsten wordt toegepast.

Voor dividenden beperkt het nieuwe verdrag de Franse bronheffing tot maximaal 12,8%. Belangrijk is dat de minimale belastingverrekening van 15% (het “forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting”, FBB/QFIE) die België onder het verdrag van 1964 op Franse dividenden moest toekennen, onder het nieuwe verdrag is afgeschaft. Daardoor blijft voor inkomsten vanaf 2025 het nettodividend na Franse bronheffing in België belastbaar tegen 30%, waardoor Belgische rijksinwoners doorgaans zwaarder belast worden op Franse dividenden dan voorheen. (Voor inkomsten van vóór 2025 onder het verdrag van 1964 bevestigde de Belgische rechtspraak de minimale FBB-verrekening van 15%, die de belastingadministratie nu aanvaardt.) Interesten en royalty’s zijn in beginsel enkel belastbaar in het woonland van de ontvanger.

Onroerende inkomsten en vermogenswinsten uit onroerend goed worden belast in het land waar het onroerend goed zich bevindt, ongeacht de woonplaats van de eigenaar. Deze regel heeft aanzienlijke gevolgen voor Belgen die Franse vakantiewoningen kopen of Franse inwoners die in Belgisch onroerend goed investeren.

Privépensioenen zijn over het algemeen belastbaar in het woonland van de ontvanger, terwijl overheidspensioenen belastbaar blijven in de uitkerende staat. Het verdrag bevat bepalingen voor informatie-uitwisseling en antimisbruikclausules die zijn afgestemd op de OESO-BEPS-standaarden om belastingontduiking te bestrijden en transparantie te waarborgen.

Voor Belgische inwoners met Franse inkomsten of activa, en Franse inwoners met Belgische connecties, is begrip van de verdragsbepalingen essentieel voor belastingplanning en naleving. Professionele begeleiding zorgt voor optimaal gebruik van verdragsvoordelen en voldoet aan alle rapportageverplichtingen.


Deze inhoud is uitsluitend informatief en vormt geen juridisch of fiscaal advies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerd belastingadviseur voor zaken die specifiek zijn voor jouw situatie.